Daken RI&E ... een Risico Inventarisatie en Evaluatie voor uw dak

Bestaande daken worden voor onderhoudsdoeleinden regelmatig betreden. Voor inspecties en kleine reparaties aan de dakbedekking of aan de installaties die zich op het dak bevinden. Denk dan b.v. airco- of luchtbehandelingkasten, mechanische dakventilatoren, bliksembeveiliging enz. In sommige gevallen is het een onderdeel van een vluchtroute of fungeert het dak als toegangsweg voor de glazenwasser om een lichtstraat of een glazenwasinstallatie voor gevelbewassing te bereiken.

 

Dakenaudit kan een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) voor u uitvoeren. Er bestaat hierover nog wel eens wat onduidelijkheid. Hieronder ziet u ter informatie een overzicht van de meest gestelde vragen:
 

 
 

De vraag wie zo’n dak-RI&E moet opstellen, is niet eenvoudig te beantwoorden. Het zou simpel zijn als alleen personeel van de gebouweigenaar het dak zou betreden. In dat geval is hij hierop aan te spreken (rechts)persoon. Maar dit is niet realistisch. In de praktijk komt Jan en alleman op het dak. Welnu, alle werkgevers van Jan en alleman zijn verplicht het werken op daken in hun bedrijfs-RI&E op te nemen. Alle personen die zich op het dak bevinden, moeten dus in feite vooraf door hun werkgever zijn geïnformeerd over de te treffen veiligheidsmaatregelen.

Maar in veel gevallen zijn er voorzieningen op of aan het gebouw nodig, die je als uitvoerend onderhoudsbedrijf niet kunt meenemen, bijvoorbeeld permanent (e) klimvoorzieningen, leuningwerk, of dakankers. Het ligt daarom voor de hand dat de gebouweigenaar de dak-RI&E uitvoert of laat uitvoeren. Hoewel hij daartoe wettelijk niet is verplicht (tenzij ook zijn eigen werknemers aan de gevaren worden blootgesteld). Maar als hij geen voorzieningen treft wordt hij toch gedupeerd, want er mogen in dat geval geen onderhoudswerkzaamheden op het dak worden uitgevoerd. Indien dit toch gebeurt, is de werkgever van de aan het gevaar blootgestelde werknemers in overtreding, dus niet de gebouweigenaar. Deze laatste kan in beginsel wel door een gedupeerde werkgever of werknemer aansprakelijk worden gesteld voor geleden schade, bijvoorbeeld na een ongeval. De gedupeerde moet dan in een civiele procedure bewijzen dat het ongeval te wijten was aan het onrechtmatig handelen van de gebouweigenaar, bijvoorbeeld doordat hij relevante convenantsafspraken (denk aan een veilige loopweg naar een glazenwasinstallatie) niet heeft nageleefd. Een voorbeeld van mogelijk verhaalbare kosten, zijn loonkosten als gevolg van verzuim.

In de bijlage is een model van een dak-RI&E opgenomen. Een RI&E moet worden uitgevoerd door iemand met een veiligheidsdeskundige achtergrond (op minstens MVK-niveau), die op de hoogte is van de voorkomende risico’s, kennis heeft van de wet-en regelgeving op dit gebied en van de praktische maatregelen om deze risico’s het hoofd te bieden. Voorts is hij bij voorkeur onafhankelijk.      < terug naar begin   
 
 
Ten onrechte wordt vaak gesuggereerd, dat een gebouw-of dak-RI&E moet worden getoetst, door een Arbo-dienst. De verplichte toetsing betreft slechts de bedrijfs-RI&E van iedere individuele werkgever, met de volgende kanttekeningen:
  • Heeft een bedrijf 10 of minder werknemers en bestaat er een branche-RI&E (gedragen door werkgevers-en werknemersorganisaties), dan is er geen toets voorgeschreven.
  • Heeft een bedrijf 25 of minder werknemers (en bestaat er een branche-RI&E), dan is er slechts sprake van een lichte (schriftelijke) toets door een gecertificeerde Arbo-deskundige.

Zo’n getoetste bedrijfs-RI&E bevat in deze branche in de regel een paragraaf over valgevaar op daken, met inbegrip van de te nemen maatregelen om het gevaar weg te nemen.

Een dak-RI&E heeft een gemeenschappelijk karakter. Hij kan voor de individuele bedrijven wel als een verdere verdieping van de bedrijfs-RI&E worden gezien.    < terug naar begin 
 
Is een ontwikkelaar of ontwerper verantwoordelijk voor het treffen van voorzieningen om een gebouw veilig te kunnen onderhouden?

Bij de introductie van het Arbobesluit bouwproces werd de indruk gewekt, dat een opdrachtgever die een gebouw laat zetten, voorzieningen in het ontwerp moet meenemen, zodat een veilig beheer van het gebouw, bijvoorbeeld op daken mogelijk is.

Dat bleek echter een misvatting. Die medeverantwoordelijkheid voor veiligheid betreft alleen de realisatiefase. Echter als een opdrachtgever wel voorzieningen treft, is hij ervoor verantwoordelijk dat ze voldoen aan de wet-en regelgeving. Dat kan bijvoorbeeld gaan over een integraal in het werk opgenomen valbeveiligingssysteem of een glazenwasinstallatie. Tevens moet hij de voor veiligheid relevante informatie hierover verwerken in een Veiligheids-en Gezondheidsdossier, dat bij oplevering aan de gebouweigenaar of beheerder moet worden overhandigd. Als in de ontwerpfase geen voorzieningen treffen komt in de beheersfase, vroeg of laat, als een boemerang terug. Dit gaat in de regel gepaard met ergernis, mogelijk een juridisch geschil en bijna altijd hogere kosten om de noodzakelijke voorzieningen alsnog aan te brengen.   < Terug 
 
Een gebouweigenaar is op grond van de Arbo-wet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid, als hij eigen werknemers het dak laat betreden. Personen die onder zijn gezag werken, zoals uitzendkrachten en stagiairs, vallen ook onder zijn verantwoordelijkheid. Deze situatie kan voorkomen wanneer een gebouw eigenaar eigen onderhoudspersoneel en/of inspecteurs in dienst heeft.   < terug naar begin  
   
Kan door een ongeval getroffen werknemer zijn schade verhalen?
Behalve strafrechtelijk of bestuursrechtelijk, kan een werkgever civielrechtelijk worden aangesproken. In dit geval door zijn werknemer, voor de schade die hij ten gevolge van een ongeval lijdt. Dit civiel recht is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. Deze zogenaamde contractuele aansprakelijkheid legt de werkgever een algemene zorgplicht op voor de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers. Hierbij geldt niet: ‘wie eist bewijst’, want de bewijslast rust niet op de werknemer die schade claimt, maar op zijn werkgever. Deze zou moeten aantonen dat hem geen schuld treft. Deze omkering van de bewijslast wordt ook wel de omkeringsregel genoemd. Zowel materiële als immateriële schade kan worden verhaald. Onder het laatste begrip vallen: geleden pijn, gederfde levensvreugde, en gemiste promotiekansen. In Nederland worden hiervoor in de regel geen extreme bedragen uitgekeerd.   < terug naar begin  
 
 
Een gedeelte van het materieel dat in deze publicatie wordt beschreven, zoals ladders, trappen, leuningwerk en afzettingen, valt onder de definitie van arbeidsmiddelen.

De verantwoordelijkheid voor een en ander (straf-en bestuursrechtelijk) ligt bij iedere werkgever die met de arbeidsmiddelen laat werken. De gebouweigenaar kan door gedupeerden aansprakelijk worden gesteld voor het vergoeden van de geleden schade. De inspecties moeten worden uitgevoerd door een terzake deskundig(e) persoon, instelling of bedrijf. De wet schrijft niet voor wie. Dus een onderhoudsdienst van de leverancier of de technische dienst van het eigen bedrijf/gebouw, mits deskundig op dat gebied, mag de inspecties ook uitvoeren. Deskundig kan worden vertaald met:

  • kennis van het gebruik van betreffende arbeidsmiddelen en de risico’s;
  • kennis van de specifieke veiligheidspunten van het arbeidsmiddel en voldoende inzicht in wet-en regelgeving.
Systemen van persoonlijke valbeveiliging vallen onder het Warenwetbesluit persoonlijke beschermingsmiddelen. De inspecties hiervan worden in de regel uitgevoerd door de fabrikant/leverancier of een door hem erkend(e) bedrijf of deskundige op dit gebied. Een en ander moet zijn vermeld in de gebruikshandleiding. Het is aan te raden om de verantwoordelijkheid voor de goede staat van persoongebonden middelen, zoals de gordel en eventuele lijnen, te laten bij de werkgever van de gebruiker. Ook deze dient zich hierbij te voegen naar de gebruikshandleiding en een deskundige in te schakelen.  < terug naar begin 
 
 
 bron: Aboma en Keboma B.V
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

?xml:namespace>